Legitieme portie en giften in de praktijk

Regelmatig word ik door cliënten gebeld met de vraag wat hun rechten zijn als ze zijn onterfd. De eerste stap is dan een beroep doen op de legitieme portie. Daarvoor geldt immers een vervaltermijn van vijf jaar. Deze termijn begint te lopen vanaf het moment dat de erflater komt te overlijden. Kom je er tien jaar later achter dat vader of moeder is overleden, dan kun je dus geen beroep meer doen op de legitieme portie. Indien er een beroep op de legitieme portie kan worden gedaan, dan is het natuurlijk de vraag wat de hoogte van deze legitieme portie is.

Daarvoor geldt immers een vervaltermijn van vijf jaar. Deze termijn begint te lopen vanaf het moment dat de erflater komt te overlijden. Komt u er tien jaar later achter dat vader of moeder is overleden, dan kunt u dus geen beroep meer doen op de legitieme portie. Indien er een beroep op de legitieme portie kan worden gedaan, dan is het natuurlijk de vraag wat de hoogte van deze legitieme portie is.

Hoogte legitieme portie

In de wet staat dat de legitieme portie van een kind van een erflater de helft van de waarde bedraagt waarover de legitieme portie wordt berekend gedeeld door het aantal door de erflater achtergelaten personen (lees kinderen). Als er vier kinderen zijn en een echtgenote, dan bedraagt de legitieme portie dus niet een vijfde maar een tiende gedeelte van de nalatenschap. Echter, de legitieme portie wordt niet berekend over het saldo van de nalatenschap op datum overlijden van erflater. Dat is een misvatting. De legitieme portie wordt berekend op basis van de legitimaire massa.

 

Legitimaire massa

De legitimaire massa is gelijk aan het saldo van de nalatenschap op datum overlijden van erflater te vermeerderen met de giften die erflater heeft gedaan. Maar over welke giften hebben wij het? In artikel 4:67 BW staan de giften die in aanmerking moeten worden genomen. Echter, over welke periode moeten de giften die door erflater zijn gedaan bij het saldo van de nalatenschap worden opgeteld en aan wie moeten deze giften zijn gedaan? Om met dit laatste te beginnen moeten het schenkingen betreffen die door de erflater aan een afstammeling zijn gedaan onder de voorwaarde dat deze afstammeling -of een afstammeling van deze afstammeling- legitimaris van de erflater is.

Giften in het verleden

De tweede vraag die moet worden beantwoord is tot hoeveel tijd voor datum overlijden de giften nog moeten worden ingebracht. Is het een jaar, twee jaar, vijf jaar of nog langer? Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft hierover op 6 februari 2018 een uitspraak gedaan. Daarin is besloten dat een legitimaris de giften moet inbrengen in de nalatenschap om de hoogte van de legitieme portie van een andere legitimaris te bepalen. Ook als de legitimaris geen beroep heeft gedaan op zijn legitieme portie. Giften die ouder zijn dan vijf jaar dienen ook te worden ingebracht. Als u dus onterfd bent en een beroep op uw legitieme portie doet, tellen schenkingen die uw ouders gedurende hun hele leven aan uw broers of zussen hebben gedaan mee voor het bepalen van uw legitieme portie.

Een voorbeeld

Vader is gescheiden en heeft twee kinderen. Vader heeft een boerenbedrijf. Het boerenbedrijf wordt tegen de agrarische waarde aan de zoon geschonken. De dochter krijgt niets. Het bedrijf vertegenwoordigde een waarde van € 400.000,-. Op het moment dat vader komt te overlijden is er een banksaldo van € 20.000,-. Van dit bedrag moeten nog begrafeniskosten en dergelijke worden betaald. Nadat deze zijn betaald resteert er nog een saldo van slechts € 12.000,-. De zoon en de dochter zijn beide erfgenamen en krijgen elk € 6.000,-.

De dochter laat zich juridisch voorlichten en doet een beroep op haar legitieme portie. De legitieme portie bestaat uit de waarde van het bedrijf (€ 400.000,-) te vermeerderen met het saldo van de nalatenschap van € 20.000,- waarop de begrafeniskosten van € 8.000,- in mindering zijn gebracht. De legitimaire massa bedraagt dan € 400.000,- plus €20.000,- min € 8.000,- = € 412.000,-. De legitimaire aanspraak van de dochter bedraagt dan een vierde deel van € 412.000,- hetgeen gelijk is aan € 103.000,-.
De dochter heeft al € 6.000,- gekregen. Dit bedrag strekt dan nog in mindering. Per saldo heeft de dochter dan een vordering van € 97.000,- op de broer die door middel van de schenking als het ware is overbedeeld. De broer wordt ingekort op de schenking die aan hem is gedaan van vader van € 400.000,-. De zoon moet dan aan zijn zus een bedrag van € 97.000,- betalen.

De onderhavige constructie wordt vaak gehanteerd bij de overname van agrarische bedrijven. Heeft u vragen over dit onderwerp? Wij van Erfrechtshulp staan voor u klaar. Neem vrijblijvend contact met ons op.

Heeft u problemen bij de verdeling van de erfenis?

Gespecialiseerde advocaatMr. Jan Damstra zet graag alle juridische mogelijkheden voor u op een rij.

Ervaren

Deskundig

Gratis eerste advies

Recente erfenis artikelen